Barok (1575-1750)

Onder invloed van de Italiaanse architecten Francesco Borromini (1599-1667), Gian Lorenzo Bernini (1598-1680) en de Zwitserse Carlo Maderno (1556-1629) wordt een stijl ontwikkeld die rijk, vermetel is en die, al maakt ze nog steeds gebruik van Romeinse en renaissance-begrippen, breekt met de beperkingen van het klassieke bouwen en uitloopt op een ware stortvloed van gebogen, plastische vormen. Een kenmerk van de barokbouwstijl is dat door middel van de overdaad indruk op de bezoeker gemaakt moest worden.

De open vormen overheersen, ze vloeien in elkaar over en zijn beweeglijk. De afzonderlijke delen van het gebouw staan niet op zichzelf, maar komen tot hun recht in de samenhang van het geheel. Zo werden scherp omlijnde contouren vermeden en men had een voorliefde voor de tegenstellingen tussen licht en schaduw. De kerken in die tijd kregen een golvende rooilijn, verder berekende men hoe de schaduwwerking over het gebouw liep. In de interieurs streefde men naar het creëren van één grootse ruimte. In de kerkelijke architectuur was de barok een overwegend katholieke stijl. In de tijd van de contrareformatie bouwden onder andere de jezuïeten veel kerken in deze stijl. Als vervolg op de barok is in de achttiende eeuw rococo ontstaan, een veel lichter en luchtiger stijl, maar nog steeds heel rijk. (bron: Wikipedia)

Voorbeeld:

  • HH Jacobus en Augustinuskerk Den Haag

Laat wat van je horen

*