Mariakerk Cadzand

Begin 13e eeuw wordt in opdracht van het Bisdom Doornik de stenen ‘Onze Vrouwe Kercke op Cassant’ gebouwd. De Sint-Baafsabdij te Gent krijgt het recht een pastoor te benoemen. De aanvoer van het bouwmateriaal (Doornikse steen) uit de steengroeve van Doornik geschiedde met schepen vanuit Antwerpen via de Westerschelde. De zuidbeuk, in vroeggotische stijl gebouwd, is het oudste gedeelte van de Onze Vrouwe Kercke, in de volksmond de ‘Mariakerk’. De in romaanse stijl gebouwde kerktoren Sint Lambert staat los van de kerk aan de linkerkant van de ingang. Voor zeelieden vormt de lijn tussen deze St. Lamberttoren en de toren van Vlissingen de tolgrens op de Westerschelde. Begin 14e eeuw is, vanwege de bevolkingsaanwas, de noordbeuk gebouwd. De tussenmuur wordt vervangen door pilaren. Bij de kerkelijke hervorming, met name de Beeldenstorm in 1566, blijft de Mariakerk, vanwege haar geïsoleerde ligging, gespaard. Door de  Allerheiligenvloed (1570) staan de grote polders onder water. Watergeuzen en troepen van de Noord-Nederlandse gewesten vallen het eiland van Cadzand aan. Veel bewoners vertrekken om die redenen naar Vlaanderen. De op het eiland gelegerde Spaanse soldaten slopen de loden dakbedekking van de kerk om er kogels van te gieten. De kerkklok uit de St. Lamberttoren wordt omgesmolten tot kanon. De kerk is een bouwval geworden. In 1604 landt Prins Maurits van Oranje met 11.000 manschappen op Cadzand en voegt het eiland van Cadzand bij de Noord-Nederlandse Gewesten. Het Protestantisme wordt ingevoerd en de kerk weer opgebouwd. (Bron: Wikipedia)

Adres Mariakerk: Prinsestraat 17, CADZAND, http://www.pknzuidwesthoek.nl/