Sint Gilles Brugge

Rond 1240 werd de Sint-Gilliskerk gebouwd als hulpkapel van de parochie Onze-Lieve-Vrouw. Pas rond 1311 werd de parochie zelfstandig en werd het belendende kerkhof, dat in de 19de eeuw verdween, gewijd. Ondertussen was het eerste kerkgebouw vervangen door een basilicale kerk, geïnspireerd op de Scheldegotiek. Vier zuilen in Doornikse kalksteen en de oude vensterzone van de middenbeuk bleven bewaard. Ook enkele delen van het huidige transept zijn nog 13e-eeuws. Tussen 1462 en 1479 werd de tweede kerk verruimd tot een pseudo-hallenkerk. Tot op vandaag is aan deze vorm weinig veranderd. Hallenkerken zijn typisch voor de baksteengotiek van de kuststreek. Tijdens de 15e en 16e eeuw vonden enkele belangrijke kunstenaars, waaronder Hans Memling, Jan Provoost, Lanceloot Blondeel, Pieter Pourbus en de familie Claeissens, hun laatste rustplaats in en rond de kerk. Van hun graven zijn geen restanten meer te vinden. Vanaf het midden van de 17e eeuw werd de kerk aan de smaak van de barok aangepast. Op het eind van de 19e eeuw onderging het gebouw een grondige neogotische restauratie onder leiding van de Gentse architect Auguste Van Assche. Deze restauratie is vooral aan het interieur merkbaar. Belangrijkste kunstwerk binnen is het zogenaamde Veelluik van Hemelsdale, met taferelen uit het leven van Jezus, van de hand van Pieter Pourbus. Verder zijn er ook schilderijen te bezichtigen van onder andere Jacob Van Oost en Jan Garemijn en talrijke andere kunstwerken. (Bron: Wikipedia)

Adres Sint Gilles: Baliestraat 2, BRUGGE