Romaanse architectuur (1050-1200)

Ondanks de benaming is het romaans als bouwstijl slechts indirect gebaseerd op de bouwstijl van de Romeinen. Feitelijk komt hij voort uit de Karolingische stijl, waarin principes uit de Romeinse architectuur werden herontdekt. In de romaanse stijl werden deze verder ontwikkeld. De romaanse stijl wordt gekarakteriseerd door kleine rondboogvensters en decoraties met eveneens ronde bogen. De muren zijn doorgaans dik en versierd met lisenen, friezen en spaarvelden waarin eveneens ronde vormen domineren. De muren droegen het grootste deel van het gewicht van het gebouw op zich, waardoor grotere ramen niet mogelijk waren. Daarom was het in romaanse kerken altijd vrij donker. Hoewel deze kenmerken vrij algemeen zijn kent het romaans grote regionale verschillen. Bovendien maakte de stijl een geleidelijke ontwikkeling door die uiteindelijk, door de grootschalige toepassing van het kruisribgewelf, zou leiden tot het ontstaan van de gotische bouwstijl, waardoor het romaans werd verdrongen. Overgangsstijlen tussen romaans en gotiek worden soms aangeduid als romanogotiek. Omdat veel wereldlijke gebouwen in die tijd in hout opgetrokken werden, bleven vrijwel alleen kerken en kloosters in de romaanse bouwstijl bestaan. (bron: Wikipedia)

Voorbeeld:

Laat wat van je horen

*